Ons Heer Hemelvaart A - 2011

Zusters en broeders,

Wie een kerk of kathedraal binnengaat, wordt dikwijls getroffen door de kunst die je meteen tegemoetkomt. Niet alleen is er het gebouw zelf met zijn mooie spel van lijnen en bogen, maar verder zijn er de beelden, fresco’s, schilderijen, altaarstukken, preekstoelen, tabernakels enzovoort. Kortom, soms waan je je in een museum. Belangrijke momenten uit de Bijbel en Bijbelse figuren worden afgebeeld of uitgesneden in marmer of in hout. Je vindt er Johannes de Doper, Jezus en Maria, de apostelen en een groot aantal heiligen, en verder taferelen als de geboorte in Bethlehem, het bezoek van de herders en de wijzen, de vlucht naar Egypte, de kindermoord, de kruisiging en de dood, de verrijzenis en het laatste oordeel. Opvallend: Jezus’ hemelvaart wordt maar heel zelden afgebeeld. Wel de tenhemelopneming van Maria, en dat al van in de vroege middeleeuwen, maar niet de hemelvaart van Jezus. Een vlugge blik op het internet leerde me dat dit niet alleen in onze kerken zo is; ik vond nauwelijks enkele schilderijen van Jezus’ hemelvaart, en er was geen enkel bij van een grote  meester. Net of de kunstenaars of hun opdrachtgevers daar geen belangstelling voor hadden. Of werden ze er misschien liever niet aan herinnerd?

Want hoe je het ook draait of keert, Jezus’ hemelvaart zadelt ons op met een dubbel gevoel. Vreugde om zijn terugkeer naar de Vader, maar ook verlatenheid omdat Hij niet meer bij ons is. Hetzelfde gevoel dat de apostelen hadden toen Hij hun tijdens het Laatste Avondmaal vertelde dat Hij naar de Vader zou terugkeren. ‘Hoe moeten wij zonder u de weg kennen?’ vroeg Thomas ontzet, en zijn radeloosheid was die van alle apostelen. Jezus mocht hun nog zo beloven dat Hij hun zijn Geest zou zenden, het kon niet baten: het gevoel van verlatenheid bleef overheersen.

Ik denk dat dit vandaag niet anders is. In de lezingen hoorden we de allereerste woorden uit de Handelingen van de apostelen. Daarin vertelt de evangelist Lucas het wedervaren van de eerste christenen. Hij begint zijn verhaal met de hemelvaart en met de opdracht die Jezus juist daarvoor aan zijn apostelen geeft: ze moeten zijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan het einde van de aarde. In het evangelie hoorden we dan weer de allerlaatste woorden uit het evangelie van Matteus. En ook daar horen we de opdracht van Jezus: ‘Ga en maak alle volkeren tot mijn leerlingen en doop hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en leer hun alles onderhouden wat Ik u bevolen heb.’ Dat hebben de apostelen en hun navolgers dan ook gedaan: ze hebben Jezus’ boodschap over de hele wereld uitgedragen. Vanuit een rotsvast geloof en met een bewonderenswaardig doorzettingsvermogen hebben ze een wereldwijde Kerk uitgebouwd, maar nu lijken we op een keerpunt gekomen. Nu lijkt alleen nog achteruitgang tot stand te willen komen. Jezus’ boodschap lijkt, alleszins in de westerse wereld, niet meer aan te slaan, en de Kerk roept bij velen vooral zeer negatieve gevoelens op. Ik denk dus dat wij ons het gevoel van verlatenheid van de apostelen bij Jezus’ hemelvaart maar al te goed kunnen voorstellen. Velen onder ons hebben immers datzelfde gevoel: het gevoel er alleen voor te staan en, net zoals Thomas, de weg niet te kennen.

Zusters en broeders, ik denk dat we maar één houvast hebben, en dat ligt voor eeuwig gebeiteld in de allerlaatste woorden van het evangelie dat we zonet hoorden, de woorden die Jezus spreekt juist voor zijn hemelvaart: ‘Denk erom’, zegt Hij, ‘dat Ik met u ben, alle dagen, tot aan de voltooiing van de wereld.’

Nee, we staan er niet alleen voor. Jezus blijft ons voorgaan op de weg naar God en naar elkaar. Ondanks zijn hemelvaart. Ik wens ons dus allen een vreugdevolle feestdag toe. Amen.