Jezus Christus, de weg, de waarheid en het leven!

Beste vrienden,

Hoe hoorden we net in de lezing: „en ook een grote groep priesters aanvaardden het geloof”. Dat klopt, dat is juist vertaald. Het waren joodse tempelpriesters die zich toen lieten dopen. En het griekse woord “hiereus” betekent in het Nederlands “priester”.

Eén zaak is wel eigenaardig. Ons woord “priester” komt ook uit het Grieks. Maar het is afgeleid uit een heel ander Grieks woord, dat in het Nieuwe Testament dikwijls voorkomt: het woord Presbyteros”. Het eigenaardige is nu dat het Griekse woord presbyteros, waar ons woord priester uit is afgeleid, in het Nederlands helemaal niet “priester” betekent. Toen Paulus in de door hem gestichte gemeenten voorgangers instelde heeft hij, zeer bewust, het woord “presbyteroi” gebruikt, wat “oudsten” betekende. En dat was met een reden. Zelfs een heel belangrijke reden.

Om die te begrijpen moeten we terug naar de oudheid, lang voor onze tijdrekening. In die tijd geloofden de mensen dat er veel goden waren. En ze dachten ook dat die goden eigenlijk lui waren.

Want juist daarom hadden die goden de mensen geschapen. Ze hadden dienaars nodig. Als de mensen een offer brachten, waren de goden tevreden, als ze geen offer brachten werden ze gestraft met allerlei plagen tot er weer genoeg offers kwamen. Zo hadden de mensen het zich voorgesteld.

Natuurlijk konden de normaal sterfelijken de goden niet zomaar benaderen. Daarom werden er “bemiddelaars” aangesteld die omwille van hun reinheid of vroomheid tussen de goden en de mensen konden bemiddelen en de offers aan de goden brengen: dat waren de hiereis, de priesters.

Zo was het in het oosten en in het westen, in alle culturen ongeveer hetzelfde. Ook in Israël was het zo. In Israël wist men wel dat er alleen de Ene God is; en men had ook begrepen dat die God niets van de mensen nodig heeft, dat hij niet van de offergaven van de mensen leeft, maar in zijn grootheid boven alles staat. Maar toch dacht men dat men God met offers in de Tempel gunstig moest stemmen. Op dat vlak heeft Jezus de ogen van de mensen geopend. Hij heeft ons eraan herinnerd dat God geen offers nodig heeft en er ook geen wil. Hij wil barmhartigheid, geen offers. Hij wil dat wij elkaar zouden vinden en er voor elkaar zijn, dat is voor hem de echte dienst aan God.

Om het ons te verduidelijken, en duidelijker gaat het werkelijk niet, heeft Hij door zijn kruis en lijden, voor eens en altijd het offer gebracht. Sindsdien kunnen er geen nieuwe offers meer zijn. Al onze religieuze vieringen bestaan alleen uit het vertegenwoordigen van alles wat Jezus voor ons heeft gedaan. Maar als er geen nieuwe offers meer kunnen zijn, dan is er ook niemand nodig om die offers te brengen. Daarom werden er in de christelijke gemeenten, reeds vanaf het begin, geen “priesters”, geen “hiereis” meer aangeduid. Paulus duidde “Presbyteroi” (oudsten) aan. Het waren mannen en vermoedelijk ook vrouwen, die de gemeente leidden, de mensen tot elkaar brachten en voorgingen in de viering van de Eucharistie, het breken van het brood. Voor priesters in de klassieke zin, die offers brachten en die bemiddelden tussen God en de mensen, was er in de Christelijke gemeenten geen plaats meer. Dat is Evangelie, er is geen bemiddelaar meer nodig tussen God en de mensen, tenzij Jezus Christus zelf. God is mens geworden, om in Jezus Christus de weg naar het hart van de mensen te banen. Een andere bemiddelaar is er niet nodig, voor niemand. En dan heeft zich uit het Griekse woord “Presbyteros” het Nederlandse woord “Priester”ontwikkeld. Dat woord heeft dan in de tijd een grote verandering van betekenis ondergaan. Het Nederlandstalige woord dat zich uit het begrip Presbyteros “oudste”, waarmee de eerste christenen hun voorgangers aanduidden, heeft ontwikkeld, is tot een woord geworden voor iets waarvoor er in de christelijke gemeenten geen plaats meer was, voor priesters naar klassiek voorbeeld (hiereus)

Dat is geen probleem van woorden, maar van het priesterbeeld in onze maatschappij. Blijkbaar heeft datgene wat de eerste christenen toen met een Presbyteros verbond zich in het bewustzijn van de mensen zo sterk veranderd, dat het weer volledig overeenkomt met het type priester dat het Nieuwe Testament overwonnen en vervangen had. Ook de christenen begonnen in de priester terug een bemiddelaar tussen God en de mensen te zien. En de gemeenschappelijke Eucharistieviering, waarin God ons steeds weer zijn oneindige liefde schenkt, werd terug gezien als een dienst aan God waarin de priester het offer opdroeg. Niet alleen de betekenis van het woord was gewijzigd. Ook het beeld van de priester stond in gevaar om losgemaakt te worden van de wortels van het Nieuwe Testament. En dat niettegenstaande Jezus zelf steeds weer heeft verduidelijkt dat we geen bemiddelaars meer nodig hebben tussen God en de mensen. Dat is niet de taak van de priesters van het nieuwe verbond, want Jezus zelf is de bemiddelaar.

Priesters staan namelijk ook niet dichter bij God dan de andere gelovigen, die omwille van hun doopsel en hun vormsel op identiek dezelfde manier bij God horen als de priesters. En priesters bereiken God ook niet gemakkelijker dan andere mensen, ze hebben echt geen speciale directe verbinding met Hem. Een meer directe verbinding met God als die via Jezus bestaat er niet. Priesters zijn beslist ook niet heiliger dan andere mensen, want wij allemaal horen door ons doopsel bij God. Daardoor zijn wij allemaal, zonder uitzondering, geheiligd.

God roept zijn „Presbyteroi“ook vandaag nog steeds tot zijn dienst. En Hij stelt hen aan in het sacrament van de wijding. Maar niet als bemiddelaar tussen God en de mensen, want die taak heeft Jezus zelf op zich genomen. Dat moeten we ons goed voor ogen houden, opdat we niet het gevaar zouden lopen om terug te vallen in de praktijken van de voor christelijke tijd.

Laat U dus niet misleiden, ook niet door de eigen, in de loop van de tijd zo vertrouwde geworden voorstellingen. Er is geen andere bemiddelaar tussen God en de mensen als Jezus Christus zelf. Wij hebben ook niemand anders nodig, want Jezus alleen is de weg, de waarheid en het leven. Amen