Thomas in corona-tijden

De deuren waren gesloten uit angst. Of ze het de week nadien nog waren, vermeldt de evangelist niet. Angst mag een christen niet verlammen.

Al vier weken leven we in een wereld waar veel is gesloten en we onszelf moeten afsluiten. Blijf in je hok, Het is zwaar en het vereenzaamt mensen. Het brengt het goede en het kwade naar boven. Het is een kans van een ander omgaan met de tijd, een noodgedwongen verstilling, zoeken naar creatieve invulling.

Opgesloten uit vrees voor

Piet stuurt vanuit Loppem een kort bericht met een mijmering. “Wij leven in een vreemde wereld, ons tot nu toe onbekend. En wij dachten dat het altijd zo zou blijven. “ Maar….

  

Koester de zon en het licht

In donk’re tijd

Geborgen in ophokplicht…

We zijn dankzij de moderne media minder opgesloten dan de apostelen in Jeruzalem.

De eerste Paasavond hadden ze schrik. Hun vriend was gekruisigd. Zijn project lag in duigen. Na de stille zaterdag werd het een onrustige paasdag. Maria komt melden dat het graf leeg is en dat ze wellicht het dode lichaam van Jezus hebben gestolen. Petrus en Johannes gaan, haasten zich naar de graftuin. Er is geen sprake van een roof, alles is netjes opgeplooid. Maar Jezus zien ze niet. Toch groeit al een sprankeltje hoop. Hij had toch gezegd dat het leven sterker is dan de dood, dat hij vertrouwen had in God zijn vader, dat hij zou aanwezig zijn door zijn geest. Petrus en vooral Johannes zijn al met een andere blik van het graf teruggekeerd.

Raak me niet aan

Maria kwam vertellen dat zij Jezus ontmoet had. Het was de tuinman, maar door haar naam uit te spreken en haar te begroeten had hij haar zekerheid gegeven. Jezus, de Rabboeni, hij was de Heer. Van bij de Vader zal hij verbonden zijn met zijn broeders en zusters. Maria, zij is de eerste gelovige van de paasochtend en de eerste verkondiger van het Paasgeloof. Zij heeft de kracht ervaren, die uitgaat van een groet. Zij mag zich niet vastklampen, hem niet vastpakken. Noli me tangere, raak me niet aan. Het is het consigne van deze dagen. We moeten zorgen voor een bepaalde afstand. Nicolas Malbranche zei - weliswaar in een gans ander context - Il faut que les choses nous touchent mais avec respect. Er is allicht meer onheil gesticht door een gemis aan afstand dan door een teveel. Abstand halten, en niet alleen in het verkeer.

Hij blies over hen

De apostelen hebben ongetwijfeld die paasdag herhaaldelijk nagedacht over wat er was gebeurd met Jezus. En in de avond staat Jezus in hun midden. ‘Vrede’, ‘shalom’, twee keer zegt hij dit. Zijn woorden en zijn aanwezigheid brengen vreugde bij de apostelen.

Zij zijn gaan begrijpen dat er iets nieuws aan het gebeuren is. Het gebaar van Jezus, die over hen blaast, is als de adem van een nieuwe scheppingsochtend. Ze mogen niet blijven vastzitten. Hij zendt hen. Zij waren toch naar hem gegaan om hem te volgen en mee te werken. Zij zijn niet afgedankt en geconfronteerd met een verloren zaak, Neen, hij zendt hen. Als kleine mensen zijn zij en wij betrokken in een grote opdracht die komt van de Vader. Blijf niet opgesloten in jezelf en in je kring.

Thomas Didymys

450 × 400Hun vreugde was toch niet volkomen, want een apostel uit hun midden kon niet mee. Thomas was er niet bij. Was hij weg gegaan, wellicht om te vissen en om te zorgen voor voedsel voor zijn metgezellen? Of zocht hij de eenzaamheid op in zijn verdriet om de Heer die weg was. Hij had nochtans zoveel vertrouwen in Jezus. Hij zag er niet tegen op om mee te trekken naar Jeruzalem, waar zijn meester niet welkom was. Hij hield van Jezus en hij geloofde dat Jezus de weg was naar de Vader. En nu had hij moeite om te geloven dat Jezus opnieuw in hun midden zou zijn geweest. Het woord van zijn compagnons kon hem niet overtuigen. Hij moest het zelf zien en zeker zijn dat die Jezus geen schim was of een inbeelding. Hij wou Jezus ontmoeten maar dan als de man met de doorboorde zijde en de verwonde handen.

Het was voor de tien apostelen die avond en de volgende dagen moeilijk om te leven met een metgezel, die hun geloof in de verrezen Heer niet deelde. Eén tegenover tien en is het nu niet tien tegenover één?

Overstelpt door vragen

Het is nog niet zo verkeerd wanneer in onze omgeving iemand is die vragen stelt en ons enthousiasme dempt. Staan we nu in deze coronacrisis niet eveneens in een wereld met zeer uiteenlopende standpunten, zeker ook met vragen als “Waar is God” en de vraag naar het waarom en naar het waarheen dit alles leidt.

De Heer spreekt doorheen de crisis. Hij komt, ook al lijkt zoveel gesloten. Thomas zou maar geloven wanneer hij Jezus opnieuw ziet in zijn lichamelijkheid. Het is niet slecht dat er mensen zijn die willen onderzoeken wat we soms te gemakkelijk proclameren. We hielden niet zo zeer van mensen die vragen stelden bij ons geloof in een wereld die steeds beter zou worden en zou vooruitgaan. Het geloof in een ongebreidelde vooruitgang krijgt deze dagen een ernstige deuk. Door en na de coronacrisis beseffen we dat een aantal vanzelfsprekendheden aan het diggelen zijn gegaan. Of we het lang zullen onthouden en echt anders gaan leven? De verschrikkelijke aardbeving van 1755 in Lissabon met 40.000 doden bracht het optimisme van toen aan diggelen en gaf stof aan Voltaire voor zijn, boek Candide ou l’optimisme.

Beseffen we dat wij sterfelijk zijn en dat wij om te leven op anderen aangewezen zijn? Kortstondig zullen we beseffen dat we anders moeten leven. Samen met Thomas kunnen we groeien in geloof en ons fundament vinden bij de bron van al wat bestaat en onze ogen gericht houden op Jezus.

Wonden aanraken

Jezus toont ons zijn zijde, als teken van zijn barmhartigheid. Op Beloken Pasen staat de barmhartigheid in het licht. Maar elke dag kunnen we wonden aanraken. Paus Franciscus heeft dit al sinds het begin van zijn pontificaat voorgehouden.

In het eerste jaar als bisschop van Rome zei paus Franciscus op de feestdag van Thomas apostel op 3 juli 2013 in het Domus sancta Martha dat we wonden moeten durven aanraken want dat dit de weg is om God te ontmoeten. Het is een thema dat hij blijft benadrukken. Jezus laat zich kennen door zijn wonden. Wanneerr hij zal komen, op het einde van de wereld, zal Hij zijn wonden tonen.

“Thomas heeft de Heer gezien, hij werd uitgenodigd de vinger in de wonde van de nagelen te leggen, de hand in zijn zijde en hij heeft niet gezegd: ’het is waar, de Heer is verrezen!’ Nee, hij ging verder. Hij zei: ‘God!’ Thomas is de eerste van de leerlingen die, na de verrijzenis, de Godheid van Christus heeft beleden.”

“Jezus’ wonden vindt ge door werken van barmhartigheid voor het lichaam – het lichaam – en ook de ziel, maar voor het lichaam - dat zeg ik met nadruk - van uw gekwetste broeder en zuster omdat zij honger hebbent, dorst, omdat zij naakt zijn, vernederd, verslaafd, gevangen, ziek. Dat zijn vandaag Jezus’ wonden. Jezus vraagt een akte van geloof in Hem, maar langs die wonden.”

Men moet “Jezus’ wonden aanraken, Jezus’ wonden strelen, Jezus’ wonden teder verzorgen, de wonden van Jezus kussen, letterlijk. Denken wij aan wat de heilige Franciscus is overkomen toen hij de melaatse gekust heeft. Hetzelfde als Thomas: zijn leven was veranderd!”

Om de levende God aan te raken, besloot de Paus, moet men deelhebben aan Jezus’ wonden en daartoe “volstaat het te straat op te gaan.” “Vragen wij aan de heilige Thomas de moed om teder deel te hebben aan Jezus’ wonden, om de genade de levende God te aanbidden.”

Het op straat gaan is in deze coronatijd beperkt. Wij moeten het consigne van het afstand houden opvolgen. Zo kan eens de raad van de Italiaanse premier Giuseppe Conte in vervulling gaan: “Laten we vandaag op afstand blijven om elkaar morgen nog sterker te omarmen.” Ondertussen zullen we solidair en dankbaar zijn om de velen die onderweg zijn om zieken te helpen en te steunen. Wij kunnen geen wonden verzorgen en genezen door op afstand te blijven.

Thomas moedigt ons aan tot barmhatigheid, nabijheid en presentie bij de gekwetse medemens. Hij verzekert ons dat wij zo de Heer dienen en hem eens zullen ontmoeten in zijn heerlijkheid. De Romeinse soldaat Martinus mocht in de nacht de Heer Jezus ontmoeten, die hij overdag had bekleed met de helft van zijn mantel in zorg voor een bedelaar. Thomas gaat ons vanaf Beloken Pasen ook voor op de weg van te geloven zonder te zien. Wij zijn een tweelingbroer van Thomas en krijgen dezelfde zaligspreking te horen: “Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.” Wij hopen dat in vervulling zal gaan wat Sint Augustinus zegt over het geloof. “Geloof is aannemen wat wij niet zien, en de beloning voor geloof is zien wat wij aannemen.” Deze quote van de bisschop van Hippo hing op het parcours van de tentoonstelling Crossroads: “Faith is to believe what you do not see. The reward of the faith is to see what you believe.”