De vriend van Beloken Pasen (Joh. 20,24)

Tot de dichtste kring van Jezus behoren de apostelen. Van enkele onder hen kennen we alleen de naam. Van Thomas weten we iets meer dankzij het evangelie van Johannes. Hij was er bij wanneer Jezus het nieuws ontving van de ziekte van Lazarus en het voornemen had naar Judea te gaan. Het was gevaarlijk, want er waren toen al plannen om Jezus te doden. Thomas toont zich solidair met Jezus die naar Bethanië wou optrekken: “Laten wij gaan om met hem te sterven.” Zijn antwoord wijst op zijn verbondenheid met Jezus en zijn zin voor solidariteit.

Vragen stellen

Thomas is met de andere leerlingen in de bovenzaal en hoort Jezus daar spreken over zijn heengaan. De taal van Jezus is verheven. Thomas geeft toe dat hij Jezus niet verstaat wanneer deze spreekt over zijn heengaan. Hij bekent zijn onbegrip en stelt een vraag aan Jezus. Vragen wat je niet verstaat, dit is de houding van een goede leerling. “Heer, wij weten niet waar u heengaat, hoe moeten wij dan de weg kennen?” Jezus geeft daarop deze sterke uitspraak: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij.” Waarop Filippus dan inspeelt met de bede: “Toon ons de Vader.” Paus Benedictus maakt bij de vraag die Thomas stelde volgende bedenking: “Iedere keer dat wij deze woorden horen of zeggen, kunnen we ons in gedachten naast Thomas plaatsen en ons voorstellen dat de Heer ook tot ons spreekt zoals Hij met hem sprak. Tegelijkertijd verleent zijn vraag ook ons het recht om bij wijze van spreken Jezus om uitleg te vragen. Dikwijls begrijpen wij Hem niet. Laten we dan de moed hebben om te zeggen: "Ik begrijp u niet, Heer, luister naar mij en help mij U te begrijpen". Op zo'n manier, met deze vrijmoedigheid, - die de juiste manier is om te bidden, om met Jezus te spreken -, brengen we tot uitdrukking dat wij nauwelijks in staat zijn Hem te begrijpen, maar tegelijkertijd brengen wij ons in de houding van vertrouwen die hoort bij iemand die licht en kracht verwacht van Degene die in staat is die te geven.”

Zich verschansen

In de uren die volgen op het Laatste avondmaal heeft Thomas en hebben de andere apostelen zich nog meer vragen gesteld. Jezus werd opgepakt, veroordeeld, gekruisigd. Hoe kan je daar de Vader aanwezig weten in het lijden van Jezus? De apostelen hebben Jezus verlaten, zij zijn gevlucht uit angst voor de Joden. Later zullen ze met de schrijver van het vierde evangelie inzien dat de lijdensweg van Jezus tevens zijn verheerlijking betekende en dat de verheffing aan het kruis al de verrijzenis uitdrukt.

Vanaf Goede vrijdag verschansen de apostelen zich. Ze houden de deuren van de verblijfplaats gesloten uit vrees voor de Joden. Zij hadden van Maria Magdalena gehoord wat zij op de Paasochtend bij het graf had meegemaakt. Op Paasavond komt de verrezen bij hen om hun nieuw leven in te blazen en om vrede te brengen aan mensen en vergiffenis van zonden. Thomas was er toen niet bij. Was de sfeer in de groep hem te zwaar? Wou hij alleen zijn met zijn verdriet? Voor hem was de geschiedenis met Jezus voorbij.

Vraag naar tekenen

Hij geeft geen krediet aan zijn collega’s wanneer deze hem zeggen dat zij de Heer gezien hadden. “In eerste instantie had hij niet geloofd dat Jezus verschenen was in zijn afwezigheid, en had hij gezegd: "Als ik niet in zijn handen het teken van de nagelen zie, en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken en mijn hand in zijn zijde steken, zal ik het niet geloven." Ten diepste spreekt uit deze woorden de overtuiging dat Jezus voortaan niet zozeer herkenbaar is aan het zien dan wel aan de wonden. Thomas vindt dat echte tekenen van de identiteit van Jezus nu vooral de wonden zijn, waarin zich openbaart tot aan welk punt Hij van ons gehouden heeft. Hierin vergist de Apostel zich niet” (Paus Benedictus). Thomas zal maar geloven wanneer hij Jezus terugziet als degene die gekruisigd werd en de wonden in zijn lichaam draagt. Thomas vraagt tekenen. Hij mag de wonden van Jezus aanraken.

Geborgen

Thomas houdt in ere dat de verrezen Heer de gekruisigde is en dat hij het lijden mee blijft dragen. Met onze wonden mogen we naar Jezus toe gaan. In het gekende dankgebed na de communie Anima Christi, Ziel van Christus, dat uit 14° eeuw zou stammen, staat de bede: “In uw wonden verberg mij.”

Ziel van Christus, heilig mij.

Lichaam van Christus, genees mij.

Bloed van Christus, laaf mij.

Water uit de zijde van Christus, reinig mij.

Lijden van Christus; sterk mij

O goede Jezus, verhoor mij.

In uw wonden, verberg mij.

Laat niet toe dat ik van U gescheiden word.

Tegen de boze vijand, verdedig mij.

In het uur van mijn dood, roep mij.

En laat mij tot U komen.

opdat ik U met uw heiligen love,

in de eeuwen der eeuwen. Amen.

De sceptische Thomas komt tot rust, wanneer hij bij de ontmoeting met Jezus zijn vinger in de door Pasen doorlichte wonde van de zijde van Jezus mag leggen. Hij raakt de wonden van Jezus en wendt zich dan tot Hem met de woorden: “Mijn Heer en mijn God.”

Wonden aanraken

Het verhaal van Thomas had invloed op de latere Heilig Hart verering. Midden onrust is er iemand om bij te rusten. Jezus toont er zich als de barmhartige. Vorig jaar op Beloken Pasen, de zondag van de barmhartigheid, zei Paus Franciscus in zijn homilie: “Elke zwakheid kan in Gods barmhartigheid efficiënte hulp vinden. Zijn barmhartigheid stopt namelijk niet op afstand: zij verlangt dicht bij alle armzaligheden te komen en te bevrijden van de talloze vormen van verslaving die onze wereld teisteren. Zij wil ieders kwetsuren bereiken om ze te verzorgen. Apostelen van barmhartigheid zijn, betekent het aanraken en liefkozen van zijn wonden die ook vandaag aanwezig zijn in het lichaam en de ziel van zo velen van zijn broeders en zusters. Door deze wonden te verzorgen belijden wij Jezus, brengen wij Hem aanwezig en levend; laten wij anderen zijn barmhartigheid aanraken, Hem als Heer en God erkennen, zoals de apostel Thomas. Dat is de zending die ons werd toevertrouwd. Zo veel personen vragen om gehoord en begrepen te worden. Het Evangelie van de barmhartigheid, dat in het leven dient verkondigd en geschreven te worden, zoekt mensen met een geduldig en open hart, goede Samaritanen die medelijden en stilte kennen ten overstaan van het mysterie van de broeder en zuster. Hij vraagt edelmoedige en blijde dienaars, die liefhebben zonder iets terug te eisen.”

Jezus komt Thomas in zijn ongeloof tegemoet. Deze ontmoeting blijft mensen sterken. Terecht dankt paus Gregorius daarvoor de apostel Thomas in een homilie: “Op wonderbare wijze heeft de hemelse goedheid het zo geschikt dat de twijfelende leerling toen hij bij zijn meester de wondertekenen in zijn lichaam betastte, in onze ziel de wonden van het ongeloof genas. Want het ongeloof van Thomas is ons geloof meer ten voordele geweest dan het geloof van de gelovige leerlingen” (Gregorius de grote over Thomas Homilie 26 in aug).

Kardinaal Walter Kasper zegt ongeveer hetzelfde in zijn boek over de Barmhartigheid: “Deze ontmoeting kan juist voor de huidige vragende en door twijfel geplaagde mens van betekenis zijn. Want we zijn allen op een bepaalde wijze als deze ongelovige Thomas. Zoals Thomas willen ook wij dikwijls niet gewoonweg geloven op het woord van iemand anders. Zoals Thomas vinden wij de weg naar het geloof pas in de persoonlijke ontmoeting met de verrezen Heer. Zoals Maria Magdalena kunnen wij hem niet fysisch aanraken en onze hand niet fysisch in zijn nog steeds open zijwonde leggen. Doch geestelijk kan het doorboorde hart van Jezus ook voor ons een weg worden om de om onzer wille gekwetste liefde van God innerlijk te laten werken. Blaise Pascal had daarvan een vermoeden wanneer hij in zijn Pensées deze zin neerschrijft: Het komt mij voor dat Jezus Christus na zijn verrijzenis enkel zijn wonderen laat aanraken” (W. Kasper, Barmherzigkeit, p. 120).

Het werd Thomas gegund om de wonden van Jezus aan te raken. Ouders en bezoekers strelen de wang van het pasgeboren kind. Aanraken en strelen, het is het allerlaatste gebaar van familieleden bij een stervende of een pas gestorvene. Langs de huid hebben wij contact met anderen. Op een zinnelijke wijze heeft Thomas bij deze aanraking van Jezus de wonden en de verrijzenis van Jezus mogen ervaren. In het Duitse Weekblad Christ in der Gegenwart verscheen een artikel over ‘de Huid als sacrament’. Het eindigde met deze bedenking:

“Langs zijn huid ervaart een mens bemind te zijn. Langs de huid wordt hem de welkom in deze wereld bemiddeld – en religieus gezien zijn eigen, individuele roeping door God tot heil hier in dit bestaan en in het hiernamaals. Langs de huid wordt vertrouwen en vrede gesticht – en langs haar om ook Godsvertrouwen gewekt, geloof en hoop.

Thomas is het prototype van dergelijk verlangen. Hij heeft op zinnelijke wijze de verwondingen van Christus ervaren, alsook diens verrijzenis. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij u.’ Vervolgens zei hij tot Thomas: ‘Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig.’

Vaak volstaat zo een klein verhaal voor de hoop, die tot onder de huid gaat. De grote hoop op het eeuwige leven wordt in het huidige leven ook altijd weer bemiddeld door aanraking als teken van de grote liefde en toewending van God naar de mens. Het geschiedt langs het sacrament van de huid” (Johannes Röser; CIG 9/2017).