En toch...

Als wij samenkomen met de preekploeg, verdelen wij de preekbeurten en dan nemen wij onze agenda en kijken wij naar de weekends waarop wij in drie vieringen kunnen preken. Pas later ontdekken wij over welke lezingen het dat bewuste weekend gaat. En, door een speling van het lot, krijg ik al jaren na elkaar het evangelie van de ongelovige Thomas toebedeeld.

Ik blijf het een belangrijk en zinvol evangelie vinden. Maar intussen heb ik zowat alle aspecten van de tekst aan bod laten komen. Hoe wij allemaal veel meer weg hebben van Thomas dan van de andere leerlingen, ook al zouden wij het anders willen. Dat de naam Thomas eigenlijk tweeling betekent en dat wij dus zijn tweelingbroers zijn. Ik heb het allemaal al verteld en belicht.

En daarom wou ik het vandaag eens hebben over de eerste lezing, uit de Handelingen. En ik heb mij de vraag gesteld: in hoeverre lijkt onze kerk van vandaag op die van de eerste christenen? Anders gezegd: hebben wij nog veel gemeen met die eerste leerlingen? Op het eerste gezicht, oppervlakkig bekeken, zouden wij zeggen: heel weinig.

En toch …

We hoorden zonet: “Allen die het geloof hadden aangenomen, bleven bijeen en bezaten alles gemeenschappelijk. Ze verkochten have en goed en verdeelden dat onder allen naar ieders behoeften.” Een dergelijke levenshouding vinden wij eigenlijk nog alleen in kloostergemeenschappen.

In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, trok ik ieder jaar met een groep leerlingen van 16, 17, 18 jaar voor een paar dagen naar de abdij van Averbode.

Niet dat die jongens zulke overtuigde christenen waren. En bijna geen enkele onder hen heeft ooit overwogen om ook in een abdij te gaan leven. Maar de levenswijze en levenshouding van de kloosterlingen maakte wel indruk op hen. Bij sommigen een heel diepe indruk.

Maar wij kennen dat niet vandaag: alles gemeenschappelijk bezitten. Have en goed verkopen en verdelen naar ieders behoeften.

En toch …

De kerk van vandaag mag dan bij ons minder volk aantrekken voor liturgische aangelegenheden, er is waarschijnlijk veel meer aandacht dan vroeger voor het eerlijk verdelen van de rijkdommen van de aarde. Solidariteit is vandaag een veel belangrijkere doelstelling dan wat men vroeger het vervullen van de zondagsplicht noemde. Welzijnszorg, broederlijk delen, de mazen van het net, 11-11-11 … Ze horen er evenveel bij voor christenen als de geloofsbelijdenis, het loflied of het dankgebed.

Wat staat er nog in het fragment uit de Handelingen? “Dagelijks gingen ze trouw en eensgezind naar de tempel, braken bij iemand aan huis het brood, gebruikten samen hun maaltijden in blijdschap en eenvoud van hart.” Ik ga weer een paar tientallen jaren terug. De vormselcatechese gebeurde aan huis, bij gezinnen en elke twee weken kregen die een groepje vormelingen op bezoek.

Eén van de laatste samenkomsten ging over de eucharistie en de volgende keer werd die eucharistie ook echt gevierd, in de vertrouwde woonkamer. Iedereen bracht wat mee, wijn, brood, bloemen, enzovoort, de priester kwam en we vierden eucharistie zoals de eerste christenen dat deden.

Nu doen we dat niet meer. En toch …

We komen nog wekelijks samen, we leveren onze bijdrage voor het brood en alle andere noodzakelijke materiële dingen die erbij horen. We zijn niet altijd even trouw en eensgezind, maar uit andere teksten weten we dat die eerste leerlingen dat ook niet altijd waren.

De tekst eindigt met de woorden: “De Heer breidde hun kring dagelijks uit, steeds meer mensen kwamen erbij.” Dat ervaren wij nu toch lichtjes anders. We hebben de indruk dat er de laatste jaren steeds meer mensen afvallen, dat er meer en meer wegblijven.

En toch …

We hebben het dan vooral over de wekelijkse zondagsviering. Maar de vieringen op grote en belangrijke feestdagen worden nog steeds goed bijgewoond. En mensen voelen zich betrokken bij de grote momenten in hun leven die zij in een viering persoonlijk gestalte trachten te geven. Eerste communicanten en vormelingen worden zinvol voorbereid op hun viering. En dat door mensen die zich vrijwillig ongebreideld inzetten. Zij zetten trouwens een andere taak van de eerste christenen voort: de verkondiging of catechese.

En we hoorden in het nieuws zelfs dat de vieringen in de goede week meer volk aantrokken dan de laatste jaren. En dat de figuur van paus Franciscus daar voor veel zou tussen zitten. Dank zij zijn eenvoud, zijn charisma, zijn authenticiteit. Hij maakt die blijdschap en eenvoud van hart van die eerste leerlingen tastbaar.

En dat brengt mij om te eindigen dan toch bij een zinnetje uit het evangelie. “Hoewel de deur op slot was, kwam Jezus toch binnen” staat er. Soms dreigen wij een beetje de hoop op te geven, soms komt er wat twijfel en pessimisme.

De kerk en het geloof krijgen de nodige kritiek en tegenkanting.

En toch …

Je kan Jezus niet buitenhouden. Je kan ramen sluiten, deuren op slot doen. Maar Hij komt toch altijd weer binnen, hoe dan ook. Als je wel eens aan Hem gaat twijfelen, staat Hij er plots weer.

Laten we daar maar moed uit putten, laten we ons daar maar aan optrekken. Zoals die leerlingen toen.

Ook Thomas, onze tweelingbroer …