Evangelieprikje 2014

Verrijzenisdag … de eerste dag … God opent het graf van Jezus opdat al wie wil kan binnentreden in het mysterie. Op hetzelfde moment: de leerlingen van Jezus, achter gesloten deuren. Angst voor represailles, angst om hetzelfde lot als Jezus te moeten ondergaan doet hen onderduiken. Angst: toen en nu de tegenhanger van geloven. Want ook hun hart is gesloten voor de Blijde Boodschap: angst verblindt hen om te zien welk groots gebeuren er zich onder hun ogen afspeelt. Maar echte liefde geeft niet onmiddellijk op: Jezus stapt bij hen binnen. God neemt weer initiatief. Niet met veel machtsvertoon, Hij komt de vrede van waaruit Hij geleefd heeft en die angst verdrijft, doorgeven aan zijn angstige leerlingen. Hij blaast leven, echt leven in Zijn leerlingen. Zoals God de mens de adem inblies, zo blaast Jezus Zijn Geest in Zijn leerlingen. Het is een soort tweede adem die je helpt en inspireert om te leven naar Jezus voorbeeld, vanuit een zich gedragen weten door de Liefde die wij God noemen. Hij geeft hen ook de macht, of is het de kracht om, zoals God, barmhartig en genadig in het leven te staan. Hoe mooi dit allemaal is, daar lijkt het in dit verhaal niet over te gaan, want de evangelist doet niet eens de moeite te verhalen wat de reactie van de leerlingen was. Het gaat om die apostel die er niet bij was: Thomas.

Die Thomas mag in dit verhaal de twijfel die altijd wel ergens in een mens aanwezig is, verpersoonlijken. Ieder van ons kan zich wel vinden in wat Thomas te vertellen heeft. Zonder twijfel is er geen geloof. Bij een tweede verschijning neemt Jezus de twijfels weg en kan ook Thomas de verrezen Christus belijden als zijn Heer en zijn God. De reactie van Jezus is er een voor ons, mensen die dit allemaal niet hebben meegemaakt. Het is natuurlijk gemakkelijk om te zeggen dat diegene die durven geloven zonder te zien, gelukkig mogen genoemd worden. Kan misschien gemakkelijk lijken, maar het is ook wel waar. Gelukkig zij die in hun partner blijven geloven, ook al is hij/zij buiten het gezichtsveld. Wie dat niet kan, loopt heelt de tijd ongerust rond. Wie zo liefheeft, draagt een zware last terwijl liefhebben ons leven eigenlijk wil verrijken. Zoals het in de liefde gaat, zo gaat het vaak ook met God want God is liefde. Als we alleen maar geloven in God voor wat tastbaar en meetbaar is, zijn we dan nog gelovigen? Is meten, vaststellen niet eerder iets voor wetenschappers? Veronderstelt geloven niet altijd vertrouwen hebben in mensen, dingen die we niet kunnen zien, meten? Ik denk het wel, waarmee niet gezegd is dat een gelovige om het even wat moet gaan geloven en dat we goedgelovige mensen moeten worden die het kritisch denken uitschakelen. Als we dat doen, zal de christelijke gemeenschap geen profetische taal kunnen spreken en geen profetische daden meer kunnen verrichten. Wie intreedt in het christelijk geloof, mag ook Jezus’ Geest ontvangen die ons op een andere manier naar de wereld en naar onszelf doet kijken. Het is een manier van kijken dat ons doet inzien dat wij Gods geliefde kinderen mogen zijn, zomaar. Vanuit al die liefde die ons zomaar te beurt valt, kijken we op een andere, mildere manier naar de wereld. Een andere manier van kijken is echter voor christenen nooit synoniem van de andere kant opkijken. Als ik vandaag probeer een gelovige te zijn, dan ben ik af en toe als Thomas die zich verschuilt achter gesloten deuren, maar af en toe mag ik ook echt leven in vol vertrouwen in God die mij, ondanks alles, draagt. Ik geloof niet zomaar, ik geloof dus ook niet zomaar in de verrijzenis. Ik geloof dat het getuigenis dat de apostelen op levensgevaar brachten echt evangelie van God is. Ik geloof dat omdat zij er hun leven wilden voor geven, dat doe je niet zomaar. Ik durf ook geloven in Jezus Christus als ik zie hoe enkele mensen die zich in hun leven aangesproken voelden door Jezus met heel eenvoudige woorden en daden het aanzien van de hele wereld hebben veranderd. Ik geloof … en daarom zal ik dus nooit zeker zijn, zoals een wetenschapper zeker is maar in geloofszaken mag ook het gevoel nog wat meespelen en daarom waag ik de sprong.

Jezus heeft uiteraard een veel grotere sprong gemaakt, aan het kruis sprong hij ogenschijnlijk in de leegte, de zinloosheid. Juist daar, waar de mens aan de bodem zit, daar openbaart Gods liefde zich zoals ze zich ook openbaarde aan de Israëlieten die als slaven in Egypte leefden. Telkens weer verhaalt de Bijbel hoe God mensen doet opstaan, hen terug zin geeft in het leven. En hoe zit het met mij? Hoe zit het met onze Kerk? Zijn wij mensen die anderen helpen opstaan uit hun miserie, zelfs al lijkt het verloren moeite? Bieden wij leven aan mensen die voor de maatschappij geen nut hebben? Zijn wij als Kerk een verrijzenisgemeenschap waar mensen die zichzelf breken en delen, op krachten kunnen komen? Helpen wij elkaar, dragen wij elkaar, doen wij elkaar opstaan opdat ieder van ons ten volle verrijzenismens kan zijn: iemand die mensen doet opstaan, ondanks ziekte, pijn, armoede, eenzaamheid, beperkingen, … zeggen wij in naam van Gods liefde: en toch ben jij de moeite waard?

Verrijzenis is niet eenvoudig om in te geloven omdat het niet tastbaar is. Misschien moeten wij als gelovige eens inzien dat wij geroepen zijn om dat tastbaar te maken. We moeten niet wachten op de dood om mensen te doen opstaan. Het leven slaat heel veel mensen neer. Jezus blaast ook ons vandaag Zijn Geest in om vrede te brengen bij die mensen, hen te doen opstaan. Aan ons om te tonen dat Gods liefde met onze handen, benen, voeten, ogen, oren, … tot heel grote dingen in staat is. Natuurlijk is Jezus’ verrijzenis meer dan dat, maar het is een begin. Zo is Jezus ook Zijn verrijzenisverhaal begonnen. Hij zei niet tegen de blinde, de lamme, de bezetene, … het komt wel goed, na de dood. Hij deed er iets aan.  Door mensen nieuw leven aan te reiken kon Hij en wij in Zijn spoor en vanuit Zijn kracht, de Thomassen die in elk van ons schuilen van antwoord dienen.