Feest van de Heilige Familie (1998)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 201 niet laden
Op het eind van de twintigste eeuw werd Jezus opnieuw geboren, niet in een stal maar in een grote bungalow met een rieten dak. Huize Nazareth stond er op de gevel. Daar woonden duidelijk geen arme mensen, dat zag je zo. Jozef was directeur van een groot bouwbedrijf en Maria was makelaar: middelares van dure huizen.
Bij zijn geboorte kwamen zijn ooms en tantes op bezoek, ze waren van de arme tak van de familie en eigenlijk niet eens zo welkom in Huize Nazaret. Nee, daar zag men liever de vele zakenrelaties met hun dure cadeaus.
Het kind Jezus groeide als kool, maar zijn ouders hadden niet veel tijd voor hem, ze hadden het veel te druk met hun respectievelijke banen. Maar, geld was geen probleem, ze namen een vrouw in dienst die voor de kleine Jezus moest zorgen.
Naar gelang het kind opgroeide werd het overstelpt met dure cadeaus, zijn speelkamer puilde uit. Hij verlangde ernaar bij zijn vader of moeder op schoot te zitten, om gewoon eens lekker geknuffeld te worden. Maar als zijn vader eens 's avonds thuis was, en dat gebeurde niet zo vaak, dan zat hij de meeste tijd achter de telefoon. Jezus had wel eens geprobeerd bij hem op schoot te kruipen, maar kreeg steevast als antwoord. Ga maar spelen, zie je niet dat ik bezig ben.
Bij zijn moeder mocht hij wel eens even op schoot zitten, maar nooit lang. Ga maar fijn spelen, ik heb nog zoveel te doen. De kleine Jezus verveelde zich, ondanks al zijn speelgoed.
Op school gooide hij er maar een beetje met de pet naar. De juffrouwen en meesters zeiden steeds: jij kunt veel beter. Maar waarom zou hij? Als hij uit school thuis kwam, was er soms de werkster, vaak was er niemand.
Op zijn twaalfde liep hij weg van huis. Met de trein ging hij naar Amsterdam. En al gauw was hij te vinden in een grote goktent, "de Tempel" geheten. Daar ontmoette hij ook een zekere Johnny, die maar wat graag mee gokte op zijn centen. Die nacht sliep hij bij Johnny, in een kraakpand met nog 10 anderen.
Ondertussen was Huize Nazaret in rep en roep. Waar was Jezus gebleven? Had hij een ongeluk gehad? Was hij ontvoerd? Jozef belde de politie en liet hem op de lijst vermiste personen zetten.
Drie dagen later zag een alerte agent Jezus de Tempel binnengaan en hij nam hem mee naar het politiebureau en waarschuwde zijn ouders.
Die kwamen meteen en boos en verontwaardigd zeiden ze: Waarom heb je ons dit aangedaan. We hebben in angst gezeten om jou. Jezus keek verbaasd: Jullie in angst om mij? Jullie geven toch niets om mij?
Jozef viel boos uit: Brutale aap, hoe durf je zoiets te zeggen! Je moeder en ik hebben je alles gegeven wat je nodig hebt. Je hebt meer speelgoed dan wie ook. En ook meer zakgeld dan wie ook. Hoe durf je te zeggen dat we niets om je geven.
Jezus zei: Ik verveelde me een ongeluk met al mijn speelgoed. Ik wilde zo graag met jullie spelen, maar jullie hadden nooit tijd. Maria zei: Waarom heb je ons dat niet eerder gezegd, dan hadden we misschien best wat kunnen regelen. Jezus zei: ik heb het vaak genoeg geprobeerd, maar dan zei je meteen: nu even niet, schatje, ik heb nu even geen tijd.
Jozef wilde kwaad uitvallen, maar Maria zei: Stil Jozef, ik denk dat Jezus helemaal gelijk heeft. We hebben hem wel veel gegeven maar niet de dingen die hij echt nodig had. De warmte en geborgenheid die hij zocht hebben we hem niet kunnen geven.
Toen was het een hele poos stil, daar in dat kamertje in het politiebureau. Maria zuchtte eens en zei: Jezus, kom mee naar huis, laten we proberen een nieuw begin te maken. Jozef en ik zullen ons best doen om jou die dingen te geven die je echt nodig hebt om gelukkig te worden.
En zo ging Jezus met zijn vader en moeder terug naar huize Nazaret. Zijn ouders maakten steeds meer tijd vrij om met hem samen te zijn. En ze voelden zich steeds gelukkiger worden.
Toen beseften ze pas wat ze zelf gemist hadden in die voorbije jaren. En het kind Jezus groeide uit tot een man vol wijsheid. Wie oren heeft, hij luistere.