Ik was gehecht aan de klok. Het was een geschenk van een aantal vrienden. Het was een Franse slingeruurwerk uit het eind van de negentiende eeuw. Als versiering stond er de afbeelding in koper-reliëf op van de vlucht van Maria en Jozef naar Egypte. Ik vond dat een mooi thema. Als je op de vlucht bent, voel je de hete adem van de tijd in je nek.
Als mijn Franse klok twaalf sloeg kon je de oren dichtstoppen. Dan klonk er een schelle harde toon alsof er een trein voorbij kwam. Enkele minuten later herhaalde zich dat. Kennelijk moesten de Franse boertjes het horen die ver van het klooster ploeterden op het land.
Nog steeds controleer ik in alle huizen en klokkenwinkels en musea of het exemplaar dat er hangt niet van mij is geweest
Kennelijk denken we bij tijd meer aan voorbijgaan dan aan stilstaan. Bij een klok denken we meer aan voortgang dan aan stilstand.
Ik zie hoe Jozef op zijn horloge kijkt en tot spoed maant. We moeten voort, anders vinden we geen veiligheid.
Als ouder zoek je het beste voor je kind. Daarom heeft Jozef niet lang nagedacht. Het is nu of nooit. Hij pakt het hoogstnoodzakelijke bijeen en slaat op de vlucht. Zoekt straten die niet zo opvallen. Berekent tijdstippen. Moet ook zorgen voor proviand. En dan is het afwachten of hij in Egypte wordt toegelaten. Er zijn zoveel hongerige nomaden die door de nood naar het land van de Nijl worden gedreven. Zal Jozef worden geduld? Maar er is geen weg terug en het gaat om zijn kind.
Beste mensen. ik verzin het niet. Jozef is een asielzoeker. Een van de velen. Hij wil het liefste zo snel mogelijk terug naar zijn land. Maar zal men hem geloven? Komt hij door de procedure? Er zijn zo velen het land van Herodus ontvlucht. En Egypte is vol. Of althans, Egypte is druk.
Het geluid van mijn Franse klok klonk als een alarm. Als een noodklok. Er is een heilige familie op de vlucht. En zolang er bittere armoede is, zolang er hoge werkeloosheid is, zolang medicijnen ontbreken en mensen in hopenloosheid opgroeien en kinderen grootbrengen, zolang zal er draagvlak zijn voor opstand, voor vlucht en voor wanhoopsdaden.
Ik weet niet hoelang God ons de tijd geeft. Vijftig jaar? Honderd jaar? Maar de familie wil terug naar zijn dorp, terug naar zijn land.
Laten wij bidden dat de rijke landen van de wereld de goede conclusies trekken uit aanslagen en oorlog. We zullen flink aan de slag moeten om armoede en ellende te bestrijden. Om miljoenen mensen hun waardigheid terug te geven. We zullen Herodus moeten bestrijden, zodat Jozef terug kan naar zijn land.